Ideale, informele voorrang

Voorrang is de meest heikele kwestie in het wegverkeer. Dit is mijn analyse en voorstel.

 

Op wegen geldt: doorrijden als het kan, stoppen als het moet. Zodat we op een soepele, doelmatige manier bij de bestemmingen kunnen komen en tijd en energie besparen.

Voor fietsers kost het op snelheid komen veel inspanning: de energie is gelijk aan het afleggen van honderd meter en ongeveer twintig keer zoveel als voor een voetganger. Bij motorvoertuigen kost optrekken energie en het geeft extra lawaai en emissies. (En dat is helaas wat de overheid stimuleert met stoplichten, drempels, as-verspringingen).

Op onze wegen rijden we achter elkaar, en houden rechts. Dat is een prima opzet, iedereen kan vooruit.

Wanneer ontstaat hinder ?

1. Als het voertuig voor je te langzaam gaat. Dit is alleen een probleem wanneer inhalen niet mogelijk is. En dat is helaas wat de overheid bereikt met vrijliggende fietspaden en éen rijstrook voor auto’s (tussen tram/busbaan of groenstrook en parkeerstrook).

2. Bij oversteken en kruisen: twee weggebruikers naderen elkaar haaks. Dit komt het meeste voor en levert het meeste gevaar op. Zie Voorrang regelen ?

3. Twee voertuigen naderen elkaar en kunnen elkaar niet (goed) passeren. Dit komt voor op smalle straten en fietspaden, en vaak is daar weinig aan te doen.

Voorrang regelen ?

Het heersende idee is: voorrang moet geregeld worden met stoplichten, voorrangsweg, en voorrang voor verkeer van rechts en rechtdoorgaand verkeer.

Mijn idee: elke regeling is overbodig, zelfs schadelijk. Waar geen regels gelden gaat het prima: in winkelcentra, OV-stations, parkeerterreinen en schaatsbanen.

Terug naar de wegen: als het niet druk is kunnen mensen prima geven en nemen, pragmatisch handelen en gebruik maken van de ruimte. Dat is het kruispunt of oversteekplaats met gepaste snelheid naderen, oogcontact maken, de koers inschatten, snelheid aanpassen en wenken, zodat je vlot en veilig na elkaar door kan rijden of lopen, zonder stoppen.

Bij druk verkeer is dat moeilijker, en moet iemand wel stoppen of afremmen. Ook dan kunnen we onderstaande informele regels volgen, en dat gebeurt ook.

Het feitelijke gedrag op de weg is een combinatie van de twee normen: de wet en het bovenstaande, het informele verkeer. Dat is niet ideaal, éen set regels is beter.

Degene die het meest verliest bij remmen gaat voor

dus

– Voertuigen voor voetgangers

Stoppen is voor voetgangers minder verliesgevend dan voor bestuurders. Het kost een voetganger vrijwel geen moeite om te stoppen en weer verder te gaan. Bij auto’s leidt het tot extra energieverbruik en emissies.

We zien dan ook dat voetgangers meestal pas oversteken als de auto’s gepasseerd zijn*. Achter een rijdend voertuig oversteken is ook veel veiliger dan ervoor, en dat doen voetgangers automatisch.

Zebrapaden zijn ongewenst omdat ze mensen verleiden om voor een auto te gaan lopen.

– Rijdend voor stilstaand, of snel voor langzaam

1 Hoofdweg voor zijstraten. De bestuurders op de hoofdweg naderen het kruispunt meestal met een hogere snelheid dan degenen uit de zijweg. De laatsten gaat (meestal) afslaan en hebben vaak minder zicht op de hoofdweg; twee redenen om af te remmen. Daarom is het logisch dat het doorgaande verkeer informeel voorrang krijgt.

2 Rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer

Afslaand verkeer remt af, daarom is het logisch dat dit verkeer informeel voorrang krijgt.

– Groot voor klein

Vrachtwagens en bussen gaan voor want hun energieverlies bij remmen is het grootst. Bovendien hebben bussen meer inzittenden.

Probleemgevallen gaan voor

Bij slecht weer krijgen voetgangers en fietsers (meer) voorrang.
Gehandicapten, kinderen en fietsers met veel lading krijgen voorrang.

Overigens

  • Meer mensen meer voorrang: bussen en trams gaan voor.
  • Autoverkeer op het kruispunt krijgt voorrang, vooral als het daar druk is. Dit gebod is vooral gericht op voetgangers en fietsers.

 

Als we naar het ideaal toe willen, wat doen we met de bestaande voorrangsregelingen ?

Rechts gaat voor

Veel mensen negeren de wet en passen informele voorrang toe: mensen in de zijstraat geven voorrang. Deze regel moet verdwijnen.

Voorrangskruispunt of voorrangsweg

Omdat formeel voorrang voor de hoofdweg aansluit bij de informele logica, kunnen deze maatregelen in stand blijven. Het is echter onzeker of zij informeel voorrang verlenen moeilijker maken. Maakt iemand in de zijstraat bij een voorrangskruispunt minder snel gebruik maken van een hiaat ? Zo ja kan moeten we overwegen om deze voorrangsregelingen af te schaffen.

Doorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer.

Een goede regel die in lijn is met informele logica: handhaven.

Stoplichten

Dit is een extreme vorm van voorrangsregeling, die haaks staat op informele logica en zware nadelen heeft. Zo snel mogelijk uitfaseren.

 

* Vreemd: in de wetgeving staat niets over overstekende voetgangers op wegvakken. Alleen op kruispunten is de voorrang geregeld, en dan gedeeltelijk.

 

Het ideale kruispunt

Welke inrichting van kruispunten past bij informele voorrang ?

De meest eenvoudige uitvoering is de beste.

  • Eén rijstrook per tak maakt de situatie overzichtelijk en voorkomt het afdekprobleem.
  • Te grote kruispuntvlakken verkleinen (ten gunste van trottoirs*) maar voldoende opstelruimte behouden voor het oversteken of links afslaan in twee stappen.
  • Tweewielers op de rijbaan, dit verlaagt de snelheden en maakt het diagonaal links afslaan voor tweewielers mogelijk.
  • Kruispunten met drie takken zijn overzichtelijker en veiliger dan met vier takken.

De meeste grote kruispunten zijn nu verre van ideaal. Maar het schrappen van alle voorrangsregelingen zal veel vooruitgang opleveren.

 

Het past bij informele voorrang dat voetgangers diagonaal oversteken, zoals in Marokko (video).  Ik denk dat we eerst moeten oefenen met informeel oversteken langs de gebruikelijke weg, in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vijf × drie =